Is Jezus Christus werkelijk God?
Dat Jezus werkelijk God is, is in alle eeuwen een groot discussiepunt geweest. Men kan denken dat het toch niet uitmaakt of Hij werkelijk God is, of alleen maar mens, of allebei een beetje. Jezus redt, dat is genoeg voor mij. Dit zijn foute redeneringen. Het is zo belangrijk voor ons om juist te weten dat onze Here Jezus Christus echt God is. Niet een god of goddelijkheid, nee, Hij is God!
Waarom is dit dan zo belangrijk?
Als Jezus niet God was zou Hij niet de volmaakte openbaring van God zijn. Hij zou dan een geweldige profeet zijn. Iemand die een weldoener was, of een geweldige humanist. Jezus zou ons niet het eeuwige leven hebben kunnen mededelen. Gods leven zou Hij ons niet kunnen geven. Hij zou nooit hebben kunnen zeggen: "Ik ben de opstanding en het leven" (Joh. 11:25a).
Wie zou ons kunnen zeggen dat Hij de waarheid sprak?
C.S. Lewis heeft ooit gezegd: "of Jezus heeft alles gelogen, of Hij sprak de waarheid''. De dingen die Jezus van Zichzelf zei en die anderen van Hem getuigden moeten toch wel heel bijzonder genoemd worden. Als iemand van zichzelf zegt: "Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven", is dat toch wel pretentieus te noemen, of er is iets anders aan de hand. Maar elke menselijke redenering over zijn Godheid zal zwak zijn. Daarom is het voor ons van zeer groot belang om de schrift te laten spreken. In 2 Tim. 3:16 (st. vert.) staat: "Al de Schrift is van God ingegeven en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is" De Schrift is voor Christenen absoluut gezaghebbend en normatief. Niets kan hier bovenuit gaan, dan alleen God Zelf. Maar voor God was het genoeg om ons Zijn raad mede te delen door de Bijbel.
Wij zien Jezus Christus al van vóór de grondlegging der wereld.
In Joh. 1:1 staat: "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God." Dit Woord: 'Ho Logos' duidt op de openbaring van God in Jezus Christus, want in vers 14 staat: "Het Woord werd vlees en heeft onder ons gewoond." In de Leidse vertaling staat zo mooi: "Het Woord werd vlees en sloeg zijn tent onder ons op.'' Het woord 'sarx' is het woord voor het vergankelijke lichaam, zo ook het woord "tent", wat duidt op de vergankelijkheid van ons lichaam. Ook de apostel Paulus spreekt over onze aardse tent als ons lichaam.
Jezus Zelf bad in het hogepriesterlijk gebed: "Verheerlijk Gij Mij Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die ik bij U had, eer de wereld was." (Joh. 17:5) Op vele plaatsen spreekt Jezus over Zijn heerlijkheid bij de Vader. Hij zegt ook: "Eer Abraham was ben Ik." De Joden vonden dit Godslastering, omdat de woorden, "Ik ben", de woorden zijn van God die zich bekend maakte aan Mozes met "Ik ben, die Ik ben."
In Zijn woorden en daden was Hij voor diegene die verlangde naar verlossing en rechtvaardigheid te herkennen als God, door openbaring van God de Vader. Want als Jezus aan Petrus vraagt: "Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?" antwoordt Petrus:
In Matth. 16:16 "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God."
In Joh. 6:68-69 "De Heilige Gods."
In Luc. 9:20 "De Christus Gods."
In Marc. 8:29: "Gij zijt de Christus."
Jezus antwoordt dan: "Vlees en bloed, heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader die in de hemelen is.''
Diegenen die er naar verlangen om Jezus recht te kennen zal Hij de sleutel van het Koninkrijk geven om binnen te gaan. Want allen die Hem, Jezus, aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in Zijn naam geloven. (Joh. 1:12.)
Jezus is ook Schepper.
In Kol. 1:16 staat: "In Hem zijn alle dingen geschapen... alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden dat geworden is". Deze teksten laten duidelijk zien, dat Christus niet bij het geschapene hoort, want het woordje 'dit' duidt op het Woord.
Jezus de Zoon van God.
Als er in de Schrift gezegd wordt: 'Zoon van God', zouden sommigen kunnen zeggen: "Jezus Christus is de Zoon van God, dus toch niet echt God zelf." Dan is het belangrijk om de betekenis van de naam 'Zoon van God' te onderzoeken. Heel de bijbel ademt de Trinitatische sfeer uit. De Zoon van God, of de Christus, duidt op het Messiaanse werk van Christus, maar vooral op het ontologische,* dat betekent: naar een wezensverhouding met de Vader. Jezus kon daarom zeggen: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien" (Joh. 14:9) en: "Ik en de Vader zijn één" (Joh. 10:30). Jezus bedoelde niet één van gedachte, of een geweldige eenheid in doen of werken. Nee, Hij bedoelde de eenheid van wezen, het volkomen gelijkaardig zijn met de Vader. Daarom werden de Joden zo kwaad. Niet om de werken van Jezus, maar zij zeiden in vers 33: "Niet om een goed werk willen wij U stenigen, maar om godslastering en omdat Gij, een mens, Uzelf God maakt." Jezus herhaalt dan opnieuw in vers 36: "
. Zegt gij dan: Gij lastert, omdat Ik heb gezegd: 'Ik ben Gods Zoon?" Indien Ik de werken mijns Vaders niet doe, gelooft Mij niet, doch indien Ik ze doe en gij Mij toch niet gelooft, gelooft dan de werken, opdat gij weten en erkennen moogt dat de Vader in Mij is en Ik in de Vader."
Jezus heeft een eeuwige betrekking met de Vader. God de Vader heet Vader, niet vanwege de betrekking met Zijn schepselen, maar vanwege de eeuwige betrekking met Zijn Zoon. Komt de Zoon dan uit de Vader, zouden wij nu kunnen denken. Ook hier moeten wij dit niet beredeneren vanuit ons menselijk bestaan. Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven, leven te hebben in Zichzelf. Dit lijkt tegenstrijdig, maar Jezus heeft in Zichzelf het beginsel van het leven. Hij zegt in Openb. 1:8 en in 1:17: "Ik ben de Alfa en de Omega, Ik ben de eerste en de laatste."
We zouden het zo kunnen zeggen: Jezus Christus is van nature een gelijkaardige eenheid met de Vader. Vandaar dat wij kunnen zeggen: God de Vader, God de Zoon, God de Heilige Geest. Tertullianus zei het zo (circa 150-230): tres personae, maar deze zijn Una substantia, drie personen, in één wezen. Jezus Christus is de hoorbare, tastbare openbaring van God. De Hebreeënschrijver zegt het zo mooi: (Hebr. 1:5) "Immers, tot wie der engelen heeft Hij ooit gezegd "Mijn Zoon zijt Gij, Ik heb U heden verwekt". En wederom: "Ik zal Hem tot Vader zijn en Hij mij tot Zoon". Verder in vers 8-10: "maar van de Zoon: Uw troon, o, God, is in alle eeuwigheid en de scepter der rechtmatigheid is de scepter van zijn koningschap. Gerechtigheid hebt Gij liefgehad en ongerechtigheid hebt Gij gehaat. Daarom, heeft U, o God (Jezus), uw God (de Vader) met vreugdeolie gezalfd boven uw deelgenoten. En Gij Here hebt in den beginne de aarde gegrondvest en de hemelen zijn het werk Uwer handen." Wij zien in dit schriftgedeelte duidelijk hoe God de Vader Zijn Zoon Jezus God noemt.
Paulus schrijft naar de Filippenzen dat Jezus, in de gestalte Gods zijnde het Gode gelijk niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.
Paulus zegt eigenlijk: Jezus was bij God, maar heeft dit niet willen vasthouden, maar heeft Zichzelf vernederd om in een menselijke gestalte te komen in deze wereld, om gelijk te worden aan ons, om voor ons een eeuwige verlossing te verwerven (Fil. 2:5-8).
God heeft de wereld door Christus met Zichzelf verzoend. In de geloofsbelijdenis, uit de vroege kerk van Nicea en Constantinopel in 381 staat : "Wij geloven in één Here Jezus Christus, de Eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader, voor alle eeuwen God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God geboren, niet geschapen, één van wezen met de Vader en door wie alles geworden is."
Velen zagen en getuigden, dat Jezus God is. Zij die naast Hem gewandeld hadden, toen Hij op aarde was in het vlees, verklaarden dat Hij de Goddelijke natuur bezat. Voor velen was het niet zichtbaar, zij zagen alleen Zijn mens-zijn met Zijn menselijke natuur. Maar zij die dichtbij waren, zagen dat Hij de Waarachtige was, die komen zou, de Heilige Gods. Zij die in Zijn Naam geloofden, bijvoorbeeld Zijn discipelen, beleden toen Jezus de storm gestild had, in Matt. 14:33: "Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon". Voor een Jood was deze naam niet weggelegd voor iemand die (alleen) goddelijke gaven bezat, maar speciaal voor iemand die een totale gelijkheid en gelijkaardigheid had met God. Wij zien dit ook in Joh. 19:7, waar staat: "Wij hebben een wet en naar die wet moet Hij sterven, want Hij heeft zich Gods Zoon gemaakt." Ook Thomas beleed, toen hij Jezus zag na de opstanding, in Joh 20:28: "Mijn Here en mijn God". Martha zei tegen Jezus, toen haar broer Lazarus gestorven was, in Joh. 11:27: "Ja Here, ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zoon van God."
De Romeinse hoofdman, die zelf geen Jood was, erkende Jezus als de 'Kurios', hetgeen betekent: Heer, JHWH (Here) of Messias. Op nog veel meer plaatsen in de Bijbel ziet men de erkenning van Jezus als God.
Wat zegt Jezus over Zichzelf; in Wie alleen maar waarheid is.
Joh. 14:6. Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.
Joh. 15:1-8. Ik ben de ware Wijnstok.
Joh. 10:1-21. Ik ben de goede Herder.
Joh. 8:12-20. Ik ben het Licht der wereld.
Joh. 8:21-29. Ik ben van boven... Ik ben niet van deze wereld.
Joh. 7:29. Ik ken Hem, want Ik kom van Hem, Hij heeft Mij gezonden.
Joh. 6:35. Ik ben het Brood des levens.
Joh. 1:52. Gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en nederdalen op de Zoon des mensen.
Nog veel meer dingen heeft Jezus gezegd van Zichzelf.
Vele wonderen en tekenen heeft Jezus gedaan.
Hij stilde de stormen. Van water maakte Hij wijn. Hij voedde de schare met vijf broodjes en twee visjes. Doden wekte Hij op. Zieken genas Hij (zelfs op afstand). Zonden vergaf Hij en schold ze kwijt. Bezetenen maakte Hij vrij, enz., enz. Alles wat Hij deed in woord en werk was perfect, nooit was er een fout of mislukking. Altijd was Hij vol geduld en liefde. Zelfs aan het kruis was Hij vol van liefde toen Hij sprak: "Vader vergeef het hun, zij weten niet wat zij doen". (Luc. 23:24). Ja, zelfs in Zijn lijden zorgde Hij nog voor zijn moeder Maria (Joh. 19:27).
Is Hij dan ook mens?
Ja, Jezus was ook geheel mens. Jezus is mens geworden om voor ons een eeuwige verlossing te verwerven. Jezus heeft de gehele menselijke natuur, lichaam, ziel en geest aangenomen. Zoals de Hebreeënbriefschrijver zegt: "Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar Eén, die in alle dingen op gelijke wijze is verzocht geweest, doch zonder te zondigen." Hij had dezelfde menselijke gevoelens als wij. Maar, Hij had ook de gehele goddelijke natuur in Zich, waardoor Hij niet kon zondigen. "Want God kan door het kwade niet verzocht worden, en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking". (Jac. 1:13b). Jezus had dus de menselijke natuur en de goddelijke natuur in Zich.
Natuur = aard, eigen aanleg, karakter
Persoon = zelfstandig denkend individu
Deze naturen van Christus zijn ongemengd; dus Hij was werkelijk God en werkelijk mens in één Persoon (God is ook een persoon). Jezus is mens geworden bij Zijn komst in deze wereld. Daarom staat er in Hebr. 10:5: "Gij hebt Mij een lichaam bereid". Jezus is voor ons aan het kruis gegaan.
Jezus' Hemelvaart.
Na Zijn opstanding is Hij met Zijn bloed de hemelen doorgegaan. Hij brengt het bloed der verzoening tot bij God. Want er staat in Hebr. 9:14: "Hoeveel te meer zal het bloed van Christus die door de Eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft
". Bij Zijn Hemelvaart heeft Jezus Zijn menselijke natuur behouden. Hij is onze Middelaar. "Want er is één God en ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen" (1 Tim. 2:5). Wel heeft Zijn lichaam de volle glans van de hemelse heerlijkheid aangenomen; het vergankelijke heeft onvergankelijkheid aangedaan (1 Cor. 15:53). Daar heeft Hij nu Zijn plaats ingenomen, aan de rechterhand van de Vader (Matt. 26:64). Nu mogen wij God de Vader zelf ook Vader noemen.
"Jezus Christus is boven alle overheid en macht en kracht, heerschappij en alle naam, die genoemd wordt, niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw. En Hij (de Vader) heeft alles onder Zijn voeten gesteld en Hem (Jezus) als Hoofd boven al wat is, gegeven aan de Gemeente, die Zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt" (Ef. 1:20-23). Door het geloof in Hem zijn wij in Zijn lichaam ingevoegd, waarvan Christus het Hoofd is. Wat een machtige, geweldige, liefdevolle God dienen wij, Die met ons wil delen in Zijn heerlijkheid. Gelovend ziende op Jezus Christus, de Voleinder van ons geloof, zal ons rijkelijk de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland Jezus Christus verleend worden (2 Petr. 1:11).
Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid (Hebr. 13:8). Amen.